God, wat heb ik gedacht dat ik nooit meer op dit punt zou komen. Dat ik mij nooit meer zo ongelukkig zou hoeven te voelen. Dat ik voor de verandering nog eens het onderspit zou moeten delven in het spelletje dat psychische oorlogsvoering heet. Dat ik mijn mentale weerstand weer zou voelen wegglippen. Dat ik weer huilend inslaap en huilend wakker word. Ok, het is voor een groot stuk zelfmedelijden. Maar de balans die ik kan opmaken stelt op dit moment niet erg veel voor. Geen thuis, een onzekere job, en wat er op mijn bankrekening staat is ook al niet om over naar huis te schrijven. Het enige waar wat over te melden valt is de categorie ‘stommiteiten’. Daar grossier ik in.
Het doet me denken aan die koning uit de Griekse mythologie, die alles wat hij aanraakt in goud verandert. Zelfs zijn eten, zodat hij uiteindelijk sterft van de honger. Het is alsof alles wat ik aan durf te raken uiteindelijk desintegreert, verdwijnt, verpulvert terwijl ik het wanhopig probeer vast te houden. Daar alles voor wil doen, behalve de juiste dingen blijkbaar. De machteloosheid die ik voel. Het is alsof ik niets in mijn leven zelf bepaal, alsof ik een willoze lappenpop ben die van hier naar ginder wordt gegooid. Zwiep. Daar ga je. Zwiep. Nee toch niet. Zwiep, zwiep, zwiep, … en ja en amen knikken. Omgaan met de realiteit.
De dingen die ik zou moeten doen en uitstel. De vraag ‘waar heb ik dit aan verdiend’ die steeds luider in mijn hoofd weerklinkt, de grote onrechtvaardigheden die ik meen te ontwaren. Ik zou iets willen stukmaken, mijn hand klemmen rond een glas tot het breekt en mijn handen snijdt, bloed zien lopen langs mijn polsen. Ik zou willen slapen, dagenlang en wakker worden in een nieuw leven. De brute wreedheid die ik niet kan ontwijken. Breng ik dat in iemand naar boven en hoe dan wel? Waarom, vooral?
Hersenverkalkend las ik. Een paar pagina’s verder zag ik ‘daar grossiert hij in’. (J.B. Hamerstukken)
Leugens, verraad, bedrog, pijn, warmte, liefde, haat, genot, schijt, kak, chambrang, …
Psychische oorlogsvoering doet me halsoverkop een zwart swimsuit aantrekken om vervolgens m’n palladium botinnen- twee veters -twee konijnenoortjes-kruipen-door-de-lus aan te trekken. (Nu nog die zwart-wit geblokte keukenhanddoek voor m’n tronie binden en (na zeven pogingen) eindelijk! op het pannendak van de garage te liggen roepen; HERSNVRKALKENT!
Slaap dagenlang, Wendy. Droom wendy. Lees Wendy. Schrijf Wendy. Huil jezelf in slaap, huil onder de doesj, huil onderweg, huil, jank, zeur, schrei, snij des noods een kilo ui.
Leef.
Het is intens, het is ook ‘even’.
Breng meer naar boven.
Het is een mooi nummer en het samenspel van deze mensen is ook al zo prachtig weergegeven…
Het is misschien maar een onzichtbare pleister op fantoomwonden maar je hebt mij al lang (aan)geraakt. Door wat je schrijft en daardoor dus ook bent, ik vind het geheel prachtig. Het leven is voor mij niet alleen maar mooi door fonkeringen, zij hebben ook de donkere nacht nodig om in te kunnen schitteren.
Ik kan jou misschien niet zo terug raken maar voor mij ben je prachtig. Ik zou je desnoods goud willen leren eten..
Liefs
Bedankt voor de complimentjes. Dat doeg deugd