Over Goudeseune kan ik – als onvoorwaardelijke liefhebber van zijn proza – niet objectief genoemd worden. Lang geleden las ik al zijn ‘Vuile Was’, en vorig jaar tikte ik toevallig zijn ‘Het boek is beter dan de vrouw’ op de kop bij een boekenuitverkoop.
Wie op zoek is naar een verhalende roman in de enge betekenis van het woord is er bij Goudeseune aan voor de moeite. Zowel ‘Het boek is beter dan de vrouw’ als zijn nieuwste worp (Wat duurt op drift zijn lang) zijn brievenromans, die je een inkijk bieden in het leven en de denkwereld van de auteur. De brieven aan Benno Barnard maken het leeuwendeel uit van beide boeken. Barnard wordt daarin aangesproken als mentor, als surrogaatvader en spitsbroeder. Brieven over het schrijverschap en de daarbij horende moeilijkheden en de slangenkuil die het Vlaamse & Nederlandse schrijverswereldje klaarblijkelijk zijn wisselen af met conversaties over religie. Hier en daar maakt een vrouw haar opwachting of wordt er gealludeerd op het huiselijke leven van de familie Barnard.
Anders dan in ‘Het boek is beter dan de vrouw’ is ‘Wat duurt op drift zijn lang’ gestructureerd in drie delen (1. Barnard, 2. Vrouwen, 3. Barnard, vrouwen en een verdwaalde brief aan Verhelst). Doorheen het hele boek mag de lezer ook genieten van een aantal gedichten, die daar meestal wonderlijk op hun plaats staan. De keuze om gedichten op te nemen is van economische aard (dichtbundels verkopen nu eenmaal niet zo goed).
Goudeseune klaagt en voelt zich misbegrepen, wordt hopeloos verliefd en verliest zich in de meest triviale details. Hij laveert tussen himmelhoch jauchzend en zum Tode betrübt, tussen goede voornemens en wiet en bier, tussen hoge cultuur en de banaliteit van zijn bestaan als taxichauffeur, tussen frustratie over het begrip aan erkenning en de liefde met grote L.
En dat alles in hemelse brieven, niet minder dan geniaal geschreven.
Waar Verhulst beschrijft en de pil nodeloos verguldt met makkelijke ironie en humor, exploreert Goudeseune schaamteloos en op bijna exhibitionistische wijze de eigen kleine kantjes, de bitterheid van het bestaan, de Vlaamse kneuterigheid. Hij observeert genadeloos zichzelf en zijn medemens, en schetst een door en door eerlijk portret (en daarom ook lelijk – de cover met een detail uit Ensors ‘Maskers’ is veelzeggend).
Het is jammer dat Goudeseune niet het talent heeft om zichzelf te verkopen door televisieoptredentjes in De Laatste Show zoals Verhulst of Brusselmans dat wel kunnen (terwijl wat zij schrijven veel minder om het lijf heeft).
Vorige week was ik op de boekvoorstelling van ‘Wat duurt op drift zijn lang’. Annelies Rutten las als een bedeesd schoolmeisje een brief voor om het aanwezige publiek warm te maken voor het boek. Ze weidde nodeloos uit over haar eigen pennenvriendinnetjes en berispte de auteur over zijn zelfbeklag. Een liefdesbrief van Goudeseune wilde ze wel krijgen. Ik voelde een beetje plaatsvervangende schaamte. Daarna las Benno Barnard voor uit zijn correspondentie met Goudeseune. (Aardig. Leuk, met de obligate kwinkslag). Het glas dat ons daarna werd aangeboden door de uitgeverij was niet te drinken. Toen ging ik naar huis.

Dit soort besprekingen trekt een mens over de streep. Ik ga het eens opzoeken…
Ik hoop dat je er net zo van geniet als ik!