Kind: Oma, oma, ik heb toets gehad van Frans, en ik had 23 op 25.
Oma: Oei, jongen, wat is er misgelopen? Wat had je allemaal fout misschien?
(Waarop die kleine effectief begint uit te leggen dat hij een opgave niet had begrepen, of dat ze op verschillende manieren geïnterpreteerd kon worden zodat hij het eigenlijk toch wel juist had, maar dat de meester het zo niet begrepen had).
Man bijt hond in onze living, quoi …
